Startpagina Dierenvrienden Spookje


 

Kleine wondertjes.


Ik houd heel veel van vlinders.
Daar wil ik graag over vertellen.

Het leven van een vlinder ontwikkelt zich op een wonderlijke manier.
De moeder legt eitjes. Vogels doen dat ook.
Uit het ei van een vogel komt een vogeltje.
Het is wel klein, maar je kunt toch zien dat het een vogeltje is.
Bij vlinders is dat anders.
Uit hun eitje komt geen vlinder, maar een rupsje dat 
nog helemaal niet op een vlinder lijkt.
Er moeten nog wonderlijke dingen gebeuren voordat het vlinders worden:





Onder aan een brandnetelblad hangen twee gestreepte balletjes.
Het zijn vlindereitjes.
Dit zijn eitjes van een:



dagpauwoog.




Alle vlindervrouwtjes kunnen eitjes leggen.
Gelukkig maar,
want anders komen er geen nieuwe vlinders.
Aan de eitjes zou je al kunnen zien wat voor een soort vlinder het wordt,
want ze hebben niet allemaal dezelfde vorm.


Vlindereitjes zijn heel klein.




Dit kleine eitje wordt een:



koninginnepage.

In de eitjes groeien rupsen.
Na enkele weken komen ze eruit gekropen.
Pas uit het ei zijn ze heel klein.
Ze gaan eten van de plant waar hun mama de eitjes opgelegd had.
Ze eten veel, want ze moeten nog groter groeien.

Zo nu en dan barsten ze uit hun velletje om nog groter te kunnen worden.
De rups is dan aan het vervellen.
Dat gebeurt vier of vijf keer.




Dit is een jonge rups van de koninginnepage.


Hier is hij al groter gegroeid.




De rupsen van de verschillende soorten vlinders
zien er niet allemaal hetzelfde uit.




Dit is de rups van een :



Jacobsvlinder




Na de laatste vervelling is de rups veranderd in een pop.
Rechts zie je de pop van een dagpauwoog.
In de pop groeit de nieuwe vlinder.
Na enkele weken komt die uit de pop.
Er zijn er ook die de hele winter pop blijven.




De poppen van de verschillende vlindersoorten zien er niet hetzelfde uit.
De middelste is een cocon.
Veel rupsen van nachtvlinders maken met hun spinseldraad zon cocon.
De pop zit er in.
Van de cocons van zijderupsen maken de mensen zijde.
Dat is een heel fijn soort stof waar kleding van gemaakt kan worden.


De meeste nachtvlinders vliegen in de nacht.
Dagvlinders doen dat overdag.
Een verschil tussen dagvlinders en nachtvlinders kun je aan hun voelsprieten zien:





Hun voelsprieten worden ook wel antennes genoemd.
De antennes van dagvlinders eindigen altijd met een verdikking.







Nachtvlinders hebben zon verdikking niet aan het eind van hun voelsprieten.

Heel wonderlijk is ook dat vlinders met hun antennes kunnen ruiken.




Dit is de pop van een landkaartje.
Die overwinteren als pop.
In de lente komt er een vlindertje uit dat er


zo uit ziet.

Deze vlindertjes leggen eitjes op brandnetelplanten.

Dan gebeurt het wonder van de ontwikkeling naar een nieuwe vlinder.
 
1

eitjes 

2

rups 

3 

pop 

4 

nieuwe vlinder 

Deze wonderlijke ontwikkeling noemen we metamorfose.


Bij landkaartjes gebeurt nog iets bijzonders:
Het vlindertje dat in de zomer uit de pop komt ziet er


zo uit.

Uit hun eitjes komen in de lente weer oranje landkaartjes.
Dat is helemaal wonderlijk vind je niet?


Het is mooi om te zien hoe vlinders in de bloemen nectar komen eten.






Ze hebben een lange roltong.



Daarmee zuigen ze nectar uit de bloemen.
Dat is hun eten.
Als ze niet eten zit hun tong, opgerold, voor aan hun kopje.


Als ik vlinders zie denk ik telkens weer:
Ze zijn zo mooi, 
zo kleurig, 
zo teer.
Het zijn wondertjes van onze lieve heer.




Kleine schoonheid. Gegroeid uit een eitje op een blad.
Een bijzondere gebeurtenis.
Als dat geen wonder is?

Naar boven

Hit Counter