Startpagina Vogels inleiding Watervogels

 

We zien ze nog in onze omgeving.
Voor veel mensen is dat telkens weer
een mooie natuurbeleving.



Scholekster




Bonte Piet wordt deze vogel ook wel genoemd.
Bonte natuurlijk vanwege hun verenkleed en
Piet omdat hun luide roep:
 “tepiet tepiet” 
veelvuldig te horen is.

Het zijn bijzondere vogels 
die voorbeeldig voor hun 3 of 4 jongen 
zorgen tot deze volwassen zijn.

Het ouderpaar blijft hun leven lang bij elkaar.

Ze kunnen 30 jaar oud worden.


Maar…
Het gaat niet goed met onze scholeksters.
Verschillende natuurorganisaties luiden de alarmbel voor hen.

Waarom?

De aantallen nemen schrikbarend snel af.
In 15 jaar is de Nederlandse scholeksterpopulatie meer dan gehalveerd.

Wat is daarvan de oorzaak?
Hebben de scholeksters onze hulp nodig?

Vogelvrienden willen een antwoord vinden op deze vragen.

Daarom organiseerden 
SOVON Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland:
2008 het Jaar van de Scholeksters.

Samen met veel vrijwilligers hopen zij het nodige te ontdekken 
om onze bonte pieten nog tijdig te hulp te kunnen schieten.





Duiven

Duiven zijn het symbool van de vrede.
Toch vraag ik me hier af:
wordt het oorlog of blijft het vrede?
De staarten van de duiven zijn opgericht 
om de meeuwen te imponeren.
Op een geweldloze manier willen zij de vrede bewaren.



Turkse tortelduif




 

Als een mannetje een vrouwtje wil veroveren 
buigt hij z’n kopje,
steekt zijn staart schuin omhoog en 
spreidt die zodat die op een waaier lijkt.
Zo nu en dan springt hij wel een meter omhoog, 
wapperend met zijn vleugels,
terwijl hij naar haar roept.
Zo’n leuke vertoning maakt indruk op het vrouwtje
en dan wil ze wel de zijne zijn.
Dan spelen zij hun liefdesspel.
Ze geven elkaar kusjes in hun nek en op hun kopje.

Hun nestje is zo klaar.
Het mannetje verzamelt wat takjes 
en het vrouwtje steekt die bij elkaar op een boomtak.

In dat niet zo solide nest worden twee eieren gelegd.

Turkse tortelduiven hoeven geen insecten te zoeken voor hun kindjes.
De eerste 5 dagen krijgen ze duivenmelk.
Deze gezonde voeding zit bij de oudervogels in de krop.
Daarna krijgen ze zaden 
die in de krop van de vader en moeder al voorgeweekt zijn.

Na ruim twee weken kunnen de jonge vogels het nest al verlaten.



Holenduif




Deze duiven worden zo genoemd 
omdat ze holenbroeders zijn.
Oude spechtennesten, holle bomen, 
geschikte nestkasten
en zelfs konijnenholen worden er voor gebruikt.

Geen enkele andere duivensoort 
gebruikt holen voor de nestbouw.

Holenduiven geven hun kinderen duivenmelk en 
voorgeweekte zaden uit de krop te eten.

De jongen komen na het uitvliegen 
nog wel eens terug naar hun geboortenest
om er de nacht door te brengen.



Houtduif



Van de in Nederland levende duivensoorten
is de houtduif de grootste.



Ondanks zijn nogal grote gewicht is deze prachtige dikkerd 
toch een goede vliegenier.
Hij kan snel en zeer behendig vliegen.

In lente, zomer en herfst 
zingt het mannetje zijn mooie liefdesliedje.
Als je goed luistert kun je er het volgende tekstje uithalen:
“Ik groet u…zoet liefke.”
Deze liefdesverklaring herhaalt hij enkele keren achter elkaar 
en eindigt dan met: ”hoeh.”

De broedtijd van houtduiven is heel lang.
Dat is begrijpelijk, 
want op het eind van de zomer en in de herfst zijn er voor hen
de meeste zaden in de natuur.

Net als bij andere duiven worden hun jongen de eerste dagen 
gevoerd met duivenmelk.
Die ontwikkelen de oudervogels in hun krop.
De duivenmelk wordt uitgebraakt in de snavels van de jonge vogels. 

In Nederland gaat het aantal broedparen per jaar achteruit.
De oorzaak daarvan 
is het feit dat er nog maar weinig graanakkers zijn.
Er wordt ook te veel op gejaagd.

Laat in de herfst en in de winter 
zie je wel grote groepen houtduiven.
Daar zijn veel wintergasten bij 
die uit Noord- en Oosteuropa naar  Nederland 
zijn gekomen om hier de winter door te brengen.



Kievit




Een kievit is een vrolijke buitelaar.
 In de broedtijd 
kun je hun wervelende vliegshows bewonderen.
Dan zijn het ware stuntpilootjes.
Met het grootste gemak 
maken ze dan allerlei buitelingen in de lucht
en gaan daarbij zelfs over de kop.
Vooral hun steile duikvluchten maken veel indruk.

Willen zij zo hun levensvreugde uiten?

Misschien ook wel, 
maar het is toch vooral hun bedoeling 
om indruk te maken op de kievitvrouwtjes,
want die vinden de meest acrobatische mannetjes 
het aantrekkelijkst.
Het komt voor dat de beste stuntpiloten twee 
en soms zelfs drie vrouwtjes hebben.
Al buitelend maken ze ook aan andere vogels duidelijk 
dat het daar hun broedgebied is.

Dan maakt het mannetje enkele nestjes:
met zijn borst en poten draait hij kuiltjes in de grond,
die enigszins bekleed worden 
met droge grassprietjes of iets dergelijks.
Het vrouwtje kiest daarna het leukste nestje uit.
Ze legt vier eieren.
Het ouderpaar zorgt samen voor het uitbroeden van de eieren 
en het verzorgen en beschermen van de jongen.
Ze leven van bodemdiertjes.

Ze nestelen in weilanden, akkers en
 tegenwoordig ook op andere open terreinen.

In het verleden gebeurde iets 
wat ik nooit goed begrepen heb.
Elk jaar werd het eerst gevonden kievitsei 
aan de koningin aangeboden.
Veel kieviten zullen daar wel 
helemaal van overstuur zijn geraakt.
Hun boze: “Kieowiet, kieowiet!” 
zal toen veel te horen zijn geweest.

Tegenwoordig wil de koningin dat kievitsei 
gelukkig niet meer.
Wat moet die ook met zo’n ei, 
dat toch een kievitje in wording is?

In Groningen en Friesland 
geven ze het eerst gevonden kievitsei 
 dan maar aan de commissaris van de koningin. 
Om voor mij onduidelijke redenen 
wil die dat ei wel hebben.

Sorry beste Groningers en Friezen:
 ik begrijp daar niets van,
want daarna gaan jullie 
de kievitseieren beschermen tegen rovers.
Ra ra ???

Als we allemaal onze kwetsbare weidevogels 
ten alle tijden beschermen 
is dat toe te juichen.
“Kieowiet, kieowiet.” krijgt dan een blijde klank.




Ekster




Deze mooie vogel wordt door velen gezien 
als een rasechte schavuit.

Waaraan hebben ze die negatieve benaming verdiend?
Wat doen ze dan toch allemaal?

Zoals alle vogels in de natuur 
moeten ze elke dag hun kostje bij elkaar scharrelen.
Dat bestaat bij hen uit:
wormen, insecten, muizen, kikkers, slakken, 
eetbaar afval dat door mensen wordt achtergelaten,
gedode dieren langs autowegen, 
slachtoffertjes van het verkeer dus,
gewonde dieren en diertjes,
 eieren, jonge vogeltjes, zaden en vruchten.

Zoals alle vogels in de natuur 
zorgen zij in de lente voor nageslacht.
Hoog in een boom bouwen zij een 
op het eerste gezicht nogal slordig takkennest.
Maar schijn bedriegt, het is een degelijk nest dat 
vanbinnen gevoerd wordt 
met modder en andere natuurlijke materialen.
Een heel slimme zet van hen is 
om het nest te overdekken,
zodat hun 5 tot 7 eieren en later hun jongen 
niet zichtbaar zijn voor rovers.
Het beschermt de kleintjes natuurlijk ook 
tegen de kou en tegen plensbuien.
Een zij-ingang biedt toegang tot het nest.
Het is zo solide gebouwd dat het jaren daarna
 nog gebruikt wordt door andere vogels,
zoals kraaien, duiven, uilen en valken b.v.
Eksters vinden dat prima hoor, 
want zij maken liever zelf weer 
een kunstig nieuw nest. 

Het vrouwtje broedt de eieren uit en
 het ouderpaar zorgt samen 
voor de verzorging van hun kinderen.
Vader en moeder blijven elkaar hun leven lang trouw.
Ze broeden zowel in de stad als op het platteland.

Heb ik nu al over hun schavuitenstreken verteld?

Ze kregen die oneervolle titel toebedeeld 
omdat ze eieren en jonge vogels opeten.
Het zijn nestrovers.

Ik ken toch ook mensen 
die elke dag eieren uit het kippenhok halen.
Ik wed dat dat niet de bedoeling is van de kippen.

Heel veel mensen gaan wel eens naar de poelier 
om een eend, een patrijs, een kalkoen,
een fazant, een kip, een haas, een konijn 
of ander wild te kopen.
Die dieren eten ze thuis op.
Dat mag natuurlijk, 
want alle levende wezens hebben voeding nodig.
Maar eksters hebben het niet zo gemakkelijk.
Zij kunnen niet naar een winkel gaan waar 
de eieren en vogeltjes 
als hapklare brokken voor hen klaar liggen.

Dan wil ik het hier nog niet hebben over 
de vaak dieronvriendelijke manier 
waarop door mensen 
de dieren vetgemest worden 
voor de consumptie.

Schavuiten?

Die moet je niet bij de dieren zoeken!



Kauw






Kauwen hebben warme geveerde kniebroekjes aan.

Het zijn sociale dieren die veel in groepsverband leven 
zonder al te veel ruzie te maken.
Ze houden van gezellig samenzijn.
Ze hebben een gezamenlijke slaapplaats.
Eten zoeken gebeurt vaak in groepsverband.
Het zijn alleseters.
De zijkanten van hun snavels zijn heel scherp en
ze kunnen die als schaar gebruiken.
Ze slaan soms ook voedsel op onder takken of bladeren.

Echtgenotes blijven levenslang bij elkaar en zijn 
ook buiten de broedtijd onafscheidelijk.
Ze poetsen soms elkaars grijze kapje van veren 
dat ze achter op de kop hebben.
Dat is trouwens een typisch uiterlijk kenmerk van hen 
en ze zijn er dus blijkbaar trots op.

Zoals alle vogels in onze natuur 
zorgen kauwen in de lente voor nageslacht.
Het zijn holenbroeders.
Bij ons hebben ze enkele keren in de schoorsteen genesteld.
Die staat in verbinding met de open haard en 
was een trekgat waar veel kou door kwam.
Nu is dat niet meer zo.
De kauwen hebben dat prima geïsoleerd, 
want ze zijn niet zuinig met nestmateriaal.
Nu kan onze open haard niet meer aan, 
maar met de kou is het toch gedaan.
Mensen die zoiets niet willen,
 kunnen een vogelkap op het rookgat zetten
zodat er geen kauw meer in kan.

Kauwmannetjes zijn charmante minnaars.
Als hij tot paring wil komen 
verleidt hij zijn vrouwtje 
door met gespreide vleugels en staart
diep voor haar te buigen 
zodat ze de grijze achterkant van zijn kop goed kan zien.
Succes verzekerd!

Soms zie je in de lente wel eens 
een kauw op de rug van een schaap zitten.
Die is dan wol aan het plukken 
waar zij de binnenkant van hun nest mee stofferen.
De jonge kauwtjes zitten er dus warmpjes bij.
De schapen vinden dat niet erg, die zijn er aan gewend 
dat zelfs hun hele warme pak soms wordt afgeschoren.

Het kauwvrouwtje bebroedt de 4 of 5 eieren.
Het ouderpaar zorgt samen 
voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen.
Van hen leren ze ook de typische kauwenzang:
“Kjaw.”





Grote bonte specht





Grote bonte spechten zijn verknocht aan grote bomen.
Zij geven hen voedsel, nestelgelegenheid en
een werkplaats, een z.g. spechtensmidse.

Dat laatste is een spleet of andere opening in de stam 
waarin de specht o.a.
dennenappels vastklemt 
om de zaden er gemakkelijk uit te kunnen peuteren.

De boom biedt hem ook nog 
een voor hem onmisbaar plekje voor zijn ‘roffelzang’.
Een knap kunstwerkje is dat laatste:
Om zijn broedgebied aan te geven 
en om een vrouwtje te lokken
klopt hij in een seconde tijd wel 20 keer achter elkaar 
op de boomstam of op een geschikte tak.
Dat geroffel is tot ver in de omtrek te horen.
Als hij op die manier een vrouwtje heeft veroverd, 
zijn ze blij,
en dan roffelen ze allebei.
Ze krijgen er geen koppijn van, 
want hun hersens worden beschermd
door ingebouwde schokdempertjes. 

Bomen houden van spechten,
 want zij bevrijden hen van veel vervelende rovertjes.
Op, onder en in de boomstam 
parasiteren n.l. diverse larven van insecten 
zoals b.v. boktorlarven.
De boom moet dat gelaten ondergaan,
maar een bonte specht doet daar wat aan.
Geholpen door zijn praktische klimpoten 
waar hij gemakkelijk mee 
verticaal tegen een boomstam op kan klimmen en
gesteund door zijn stevige staart is hij in staat 
om veel van die voor de boom schadelijke parasieten
 te pakken te krijgen en op te smikkelen.
Hij heeft een heel lange tong, 
die opgerold ligt in een holte in de schedel.
Op het puntje van die tong zit een verhard, 
harpoenachtig haakje
waarmee hij ook de wat dieper in de boom levende larven
 aan de haak kan slaan.

Maar…
Een specht hakt een nestholte in de boomstam 
die 25 tot 30 centimeter diep en 15 centimeter breed is.
Heeft de boom daar niet van te lijden?
Nee, die gaat daar niet dood van.
Een specht maakt de holte trouwens het liefst 
in verzwakte rottende bomen.
Daar kan hij gemakkelijker in timmeren.

In de holte komen 4 tot 7 jongen ter wereld.
Het ouderpaar werkt samen aan dit wondergebeuren.
Het vrouwtje gedraagt zich dan wel 
een ietsepietsie te geëmancipeerd,
 want ze laat het mannetje het meeste werk doen.

Op hun speurtocht naar voedsel 
kraken ze ook wel eens nestkastjes
en eten dan de aanwezige eitjes of jonge vogeltjes op.

Is dat wreed?
Voor de pas geboren vogeltjes en hun ouders natuurlijk wel.
 Ook veel jonge, 
pas uitgevlogen spechten worden opgegeten door rovers.

Eten en gegeten worden:
De wet van de natuur:

Leven geven om te laten leven.

Zodoende kan een natuurlijk evenwicht behouden blijven.

Dit is een mannetje.
Vrouwtjes moeten het doen zonder 
die mooie rode versiering op hun kopje.



Zanglijster



Als ik daar op die tak ging zitten zingen
zou ik luidsprekers en geluidsversterkers nodig hebben
om voor het eventuele publiek hoorbaar te zijn.

Die zanglijster daar, 
hoog in de boom, 
kan zonder al die hulpmiddelen
zijn prachtige muziekske ten gehore brengen.
Er zit veel variatie in zijn melodie, 
waarvan hij verschillende strofes 
twee of drie maal herhaalt.

Andere lijsters die hem van verre al horen,
 weten dat ze daar weg moeten blijven, 
want het is zijn broedgebied.

Zijn liedje is niet bedoeld voor mij,
maar telkens als ik het hoor ben ik weer blij.
 
Zijn vrouwtje hoort het ook graag.
Zelf kan ze zo mooi niet zingen.
Als er gevaar is laat ze wel wat alarmkreten horen.

In een boom of struik,
 liefst op een onopvallend plekje, 
draait het vrouwtje met takjes en sprieten een nest in elkaar.
De kom bekleedt ze met modder en 
ander vochtig materiaal.
Ze maakt zich nat en draait met haar lijfje net zo lang 
tot de nestkom mooi egaal rond is.
Resultaat?
Een prachtige verblijfplaats voor hun komende kinderschaar. 

Als de boel wat opgedroogd is begint ze met eieren leggen.
Zij bebroedt de 3-6 eieren ongeveer 2 weken lang.
Samen met haar mannetje zorgt ze voor de voeding en 
de bescherming van hun kinderen.
Ze hebben 2 en soms zelfs 3 legsels per broedseizoen.
Dat is noodzakelijk, 
want er worden nog al wat jonge lijstertjes opgegeten 
door andere hongerige dieren.

In Frankrijk, Spanje, Italië en Noord-Afrika 
wordt door sommige mensen op lijsters gejaagd. 
Daar worden ze ook door mensen opgegeten.
Och arm:
Veel lijsters trekken in de herfst naar het zuiden 
omdat het hier te koud voor hen wordt…

Ben maar blij als lijsters jouw tuin bezoeken.
Zij eten namelijk graag slakken.
Ze voeren er ook aan hun jongen.
Zelfs huisjesslakken zijn niet veilig voor hen.
Ze pakken zo’n huisjesslak in hun bek en 
slaan er dan net zolang mee 
op een steen of een andere harde ondergrond 
tot het huisje breekt 
en de slak dus opgesmikkeld kan worden.
Maar…
de planten in jouw tuin zullen er wel bij varen.

Lijsters eten ook andere ongewervelde diertjes en
als de vruchten aan bomen en struiken rijp zijn 
smullen ze daar ook van.

In de gewoonte om slakken te eten 
schuilt voor de lijsters weer een ander gevaar:
Sommige mensen gebruiken Slakkendood 
om slakken te doden.
Slakkendood is ook dodelijk voor zanglijsters en hun jongen.

Mijn verhaal over lijsters dat met een vrolijk deuntje begon,
dreigt nu met een klaagzang te eindigen.
Dat hoeft toch niet want:

 Ondanks alles 
gaat het nu nog goed met de lijsters in Nederland.
Hun aantallen gaan niet achteruit.




Bonte vliegenvanger





 

Bonte vliegenvangers zien we hier alleen maar in lente en zomer.
Het zijn zomergasten.
Elk jaar maken ze een verre reis.
In de winter verblijven zij in Afrika, ten zuiden van de Sahara.

Oeps!
4500 kilometer moeten deze kleine vogels vliegen om hier te komen.
Ze zijn zowat een maand onderweg.
 
In de herfst maken ze de lange vliegtocht terug naar Afrika.
Merkwaardig is dat de jonge vogels al eerder vertrekken dan hun ouders.
Instinctief voelen zij aan waar ze naar toe moeten gaan.

Deze vliegenvanger zit op de uitkijk.
Vliegende insecten die langskomen 
verdwijnen in zijn hongerige maagje.

Elk jaar zien we deze mooie vogeltjes hier nog.
Zij willen hier voor nakomelingen zorgen.
In Nederlandse nestkastjes zijn al heel wat 
jonge bonte vliegenvangers ter wereld gekomen.
Maar dat aantal wordt steeds kleiner:

Zij hebben problemen met de klimaatveranderingen.

In de lente is het hier vroeger warm als voorheen.
Dat heeft tot gevolg dat insecten zich vroeger ontwikkelen.
 De bonte vliegenvangers komen dan te laat hier aan.
Als zij jongen hebben zijn er niet genoeg 
rupsen en larven meer om hen groot te brengen. 
De jonge vliegenvangertjes hebben deze voedzame diertjes
 echt nodig om groter te kunnen groeien.


In de lente van 2008 hebben we hier gelukkig toch nog 
jonge vliegenvangertjes gezien.
Een ouderpaar kwam even langs met hun kleintjes.

We hadden eerder bij ons al een mannetje gezien, 
dat oog had op een nog niet bewoond nestkastje.
Andere belangstellenden voor die woning joeg hij weg.
Wekenlang heeft hij daar zijn mooie deuntje gezongen.
Tevergeefs.
Het leek erop alsof er geen vrouwtje in de buurt was.




Witte kwikstaart



Als je ergens een kwikstaart ziet rennen en 
zo nu en dan op ziet springen
is deze niet aan het joggen.
Die is dan insecten aan het vangen.
Geen wonder dat ze 
bij voorkeur in open landschappen verblijven.
Kwikstaarten verdedigen 
ook als ze niet broeden hun voedselterritorium.

Kwikstaarten zijn heel beweeglijke vogels.
Ze worden niet voor niets kwikstaarten genoemd.
Hun mooie lange staartje gaat voortdurend op en neer.
Waarom ze dat doen weten ze alleen zelf maar.

Het vrouwtje maakt van gras, takjes en mos een nestje.
Bij voorkeur doet ze dat in een holte.
Dat kan in een boom zijn of ergens aan een gebouw.
Onder dakpannen wordt ook wel eens genesteld.
De binnenkant van het kinderverblijf 
bekleedt ze met zachte haren of veertjes.

Haar taak is het ook de 4-6 eieren uit te broeden.
Ongeveer 2 weken doet ze daarover.
Daarna zorgt papa verder voor de jonge kwikstaartjes.
Het vrouwtje begint meteen aan een tweede legsel.
Ze zetten er dus vaart achter.
Dat is prima zo, want de jongen van het tweede legsel 
moeten in de herfst al goed kunnen vliegen 
en sterk genoeg zijn voor een kleine vliegtocht,
want witte kwikstaarten zijn trekvogels.
Heel ver trekken ze echter nooit weg.

Kwikstaartjes zijn sierlijke slanke vogels op ranke pootjes.
Het vrouwtje en het mannetje lijken veel op elkaar.
Na het broeden hebben sommige vrouwtjes kromme staartjes.
Maar dat komt wel weer een keer goed.




Boomklever




Boomklevers zijn behendige boomklimmers.
Als volleerde acrobaten kunnen zij zich in alle richtingen 
over een boomstam voortbewegen.
Zelfs ondersteboven lappen zij dat kunstje.
Geen enkele andere vogel doet hen dat na.

In de lente gaan ze een geschikte holte zoeken om te nestelen.
Het liefst gebruiken ze daar een oud spechtennest voor.
Ze maken ook wel eens gebruik van een nestkast.

Ze trekken daar niet zo maar in.
De gevonden woonruimte 
wordt door het vrouwtje eerst grondig gerenoveerd.
Eerst maakt ze metselspecie 
 van modder, vogeltjespoep of poep van andere dieren,
leem, klei en plantaardig materiaal.
Dit alles vermengt ze met speeksel.
Deze specie is van goede kwaliteit en 
wordt na droging keihard.
In het binnenvertrek rondt ze er de hoeken mee af.
Kiertjes en gaatjes in de wanden stopt ze er mee dicht.
De vliegopening wordt dusdanig verkleind 
dat ze er zelf nog net in en uit kunnen.
Na ongeveer 2 weken is ze ermee klaar.

Ze is wel zo slim geweest om tussen de bedrijven door 
nestmateriaal in de holte te leggen
vooral gedroogde bladeren. 

Dan is de tijd aangebroken om eieren te leggen.
Ze kan daarna uit gaan rusten,
want zij bebroedt de eieren.
Haar mannetje komt haar dan allerlei lekkere hapjes brengen.
Voor boomklevers zijn dat vooral insecten.
Als de kleintjes geboren zijn 
helpt ze weer mee bij het voeren van hun kroost.
Met hun scherpe snavel
 kunnen zij grote insecten in stukjes knippen.

Als de jongen uitgevlogen zijn
 verblijven ze nog een tijd lang hoog in de bomen.
Daar zitten ze veiliger dan laag in struiken en op de grond.

In de winter eten zij ook noten en zaden.
Ze leggen dan ook een voorraad aan.
In hoekjes en gaatjes verstoppen ze de gevonden lekkernijen.




Boomkruiper




Boomkruipers hebben een goede schutkleur.
In onze tuin zijn ze toch regelmatig te bewonderen.

De boomstammen hier hebben geen geheimen meer voor hen. 
Voortdurend zoeken ze daar naar voedsel.

Met hun dunne gebogen snavel en lange smalle tong
bevrijden ze de bomen van veel insecten.

Meestal begint hun zoektocht naar voedsel onderaan de stam.
Ze gaan systematisch te werk.
Ze hippen dan rondom de stam naar boven en 
zoeken in alle spleetjes en gaatjes naar lekkere hapjes.
Tussen de klimop is hun weg niet zo goed te volgen.
Maar daarin zie ik ze ook vaak op speurtocht.

Hun nestje maken ze ook meestal in een 
ondiepe holte of spleet in een boomstam of in klimop.
Het komt ook voor dat ze nestelen in kieren of gaten in gebouwen.
Speciale nestkasten met de opening dichtbij de stam
worden ook wel eens gebruikt.
Gewoonlijk hebben ze 5-7 jongen te verzorgen.
Het ouderpaar werkt samen aan deze mooie taak.

Het gaat goed met de boomkruipers in Nederland.


Deze kleine fragiele vogels wegen maar 9 gram.

Daardoor heeft winterse kou veel vat op hen.
En wat doen deze slimmerikjes dan?
Als de avond valt zoeken ze andere boomkruipers op
 en elkaar verwarmend brengen ze de nacht door. 
De kou kan hen dan niet deren.
Ze vormen samen een donzige bal van veren 
met soms wel tien of meer staartjes.



Winterkoning



Een winterkoninkje is een klein bolletje vogel 
met een guitig opgewipt staartje.
Het is het tweedekleinste vogeltje van Nederland en 
de grootste lawaaischopper van allemaal.
Zijn mooie liedje met felle trillers erin is veelvuldig te horen.

De mannetjes hebben het druk in de broedtijd.
Al voor hij een vrouwtje heeft 
maakt hij verschillende nesten in zijn territorium.
En dat zijn zomaar geen flutnesten hoor.
Het zijn bolvormige bouwsels.
De ingang maakt hij opzij, boven het midden.
Hij wil er indruk mee maken op de vrouwtjes.

Die zijn al onder de indruk van de muziek die hij ten gehore brengt
en dan mogen ze ook nog het leukste nest uitzoeken.

Nadat ze haar keuze heeft gemaakt
 moet ze het binnennest nog wel stofferen.
Dat doet ze met zacht natuurlijk materiaal, 
zoals veertjes, pluisjes en haartjes.
Ze legt 5-8 eitjes en broedt deze zelf uit.

Het is eigenlijk niet verwonderlijk 
dat er meer vrouwtjes op zijn pittige muziekske afkomen.

Als er veel insecten in zijn territorium zitten
en er dus genoeg voeding voor de jongen te vinden is,
jaagt hij die vrouwtjes niet weg.
Ze zijn welkom in zijn koninkrijk.

Soms heeft hij zelfs een harempje van drie beminde schonen.


 

Hij zorgt zelf ook mee voor de voeding 
van alle kleine prinsjes en prinsesjes die
 in zijn koninkrijkje geboren worden.
Het dappere vadertje heeft het druk, 
maar doet fluitend zijn werk.
Tussen de bedrijven door klinkt zijn deuntje 
dan nog pittiger als voorheen.

Hij zorgt dus voor veel nakomelingen.
Maar dat is ook bittere noodzaak, 
want zijn bijna naamgenoot:
koning winter is een geduchte vijand.
Als die met al te strenge hand regeert,
hebben ze het moeilijk.

Winterkoninkjes zoeken ’s nachts 
wel beschutting bij elkaar
en slapen dan in groepsverband, 
heel dicht bijeen.

Maar toch gaan er in strenge winters
 veel winterkoninkjes dood van de kou.

 De mannetjes die overleven 
moeten dus in het volgende voorjaar
maar weer meerdere vrouwtjes zien te versieren.

En als het effe kan, komt er dat wel weer van.
Zij kunnen dat,
zij willen dat en 
 ze doen het ook.



Goudhaantje




Tje bij goudhaantje mag er zeker bij,
want het is echt een kleintje.
Het is zelfs de kleinste broedvogel van Europa.
Ze zijn 9cm groot en wegen maar 5 gram.

Het geluid dat ze maken klinkt ijl en heel hoog.
Alleen goede oren kunnen het horen.
Die hebben vrouwelijke goudhaantjes dus. 

Vogels hebben geen uitwendige oren.
Bij hen zit links en rechts, opzij van hun kopje,
een met kleine veertjes bedekte opening.
Daar vangen zij geluiden mee op.

In de broedtijd  pronkt het mannetje ook regelmatig 
met zijn mooi gekleurde lange kuifje.

Vrouwtjes hebben ook een kuifje,
maar dat is lichter van kleur.
Verder zien ze er hetzelfde uit als de mannetjes.

Samen maken zij een prachtig nestje 
aan het uiteinde van een tak.
Ze doen dat met mos en korstmos 
dat bijeengehouden wordt door spinnenrag.
Het is een bolvormig nestje met een zij-ingangetje.
Het hangt onder aan de tak.
Vaak knutselen ze twee van zo’n nesten in elkaar.
Het vrouwtje broedt een tiental eitjes uit en
begint dan in het andere nest aan een tweede legsel.

Papa zorgt ondertussen voor hun piepkleine kindjes.

Goudhaantjes eten spinnen en kleine insecten.
Daar zijn ze, 
vooral in takken van naaldbomen en coniferen, 
de hele dag door naar op zoek.

Aan hun spitse snaveltje kun je zien 
dat het insecteneters zijn.

Zoals alle kleine vogeltjes 
hebben ze veel te verduren in strenge winters.
Velen overleven dat niet.
Sommigen van hen 
trekken in de herfst naar warmere gebieden.
Met hun kleine vleugeltjes 
kunnen zij enorme afstanden afleggen.
Petje af voor hen hé?
Zing hun liedje maar een keer voor hen:
Zo hoog als je kunt:
’ tweedie, tweedie, tweedie, tweedie,
(en dan moet je er nog een vrij pittig tiereliertje achteraan fluiten) 




Vlaamse gaai








Naar boven

Hit Counter